Deze vraag werd mij onlangs gesteld op Twitter.
Eén en ander naar aanleiding van de zoveelste veroordelende reactie op internet (zie blog van Tistje).
Deze veroordelende reactie leidde weer tot veel andere reacties.
Mijn reactie was dat je wel een flinke olifantenhuid hebben moet hebben, wil je je door dit soort opmerkingen niet altijd laten raken.
Een goede vraag trouwens, want hoe dóe je dat als mens als jijzelf en je beperkingen veroordeeld worden?
Hoe doe je dat als ouder van, als iemand een nare opmerking over je kind maakt?
Hoe laat je dat soort opmerkingen je zo min mogelijk raken?
Ik ken ze ook hoor, die opmerkingen.
Zelfs wildvreemden hadden in de supermarkt het ongenuanceerde lef om mij te vertellen dat ik mijn zoon eens moest opvoeden. Alsof dat kind uit pure baldadigheid aan het ruitje stond te likken! *boos*
En toch kan het. Zo’n olifantenhuid kweken. Natuurlijk niet altijd. Als je nooit meer geraakt wordt, ben je een robot.
Maar het is mij gelukt om te leren veel van dit soort opmerkingen van mij af te laten glijden.
Hoe?
Ten eerste: mindset.
Zoals veel dingen, is ook dit een kwestie van Anders Denken.
Je niet laten leiden door een teveel aan emoties, die niet ter zake doen.
Emoties, die het zelfs alleen maar moeilijker maken voor je.
Klinkt gemakkelijk? Eigenlijk is het dat ook.
Als je maar even door zet en niet na 1x al denkt “oh, dit werkt dus niet”.
Als je een andere mindset blijft oefenen, wordt het op een gegeven moment een automatisme.
Fietsen heb je per slot van rekening waarschijnlijk ook niet in 1x geleerd.
Voor mij kwam de ommekeer toen ik me realiseerde dat al mijn verdriet om dit soort opmerkingen mij meer energie kostte, dan ik wilde. Ik wilde die energie liever voor andere, leukere dingen gebruiken!
Ten tweede: pareren.
Zorg ervoor dat je een scala aan snedige oneliners terug hebt.
“Trek je agenda maar, dan plannen we meteen een weekje in dat je mijn kind mee kunt nemen.”
“Ik heb autisme. Wat is uw excuus voor uw vooroordeel?”
“Bent u altijd zo veroordelend, of alleen op maandag/dinsdag/vul dag van de week in?”
Mensen staan dan vaak al snel met hun spreekwoordelijke bek vol tanden.
Bij het tweede voorbeeld bieden ze vaak hun excuses aan.
“Autisme? Oh sorry, dat wist ik niet!”
Waarop mijn antwoord altijd is: “Precies! Maar toch had u uw oordeel al klaar!”
Bijkomend voordeel hiervan is, dat je daadkrachtig reageert en daarmee de situatie weer naar je eigen hand zet.
En eerlijk is eerlijk: het is ook ontzettend prettig om iemand dan ontredderd en met een rood hoofd weg te zien vluchten.


6 Comments
Ik heb vergelijkbare ervaringen met de GGZ, waar het een volwassene betreft!
Dus dat ze ouders op deze manier in de kou laten staan verbaast mij niets. Uiteindelijk zijn de kinderen het kind van de rekening.
Ik ken de situaties ook vanuit mijn eerdere werkomgeving. Soms zei ik: ’tis inderdaad wel beetje raar he’. Of: zal ik vragen of ze nog gekker kan doen? Of: ze is ook goed in knijpen. En: u kind doet het goed op school?
“Ze is ook goed in knijpen”….
Briljant!
Mooie praktische voorbeelden. Nu begrijp ik je naam ook wat beter
Heb je nog meer zinnetjes die je zou kunnen gebruiken hiervoor? Altijd handig om klaar te hebben in zo’n situatie.
Vaker probeer ik ook anderen te verdedigingen vanwege opvallend gedrag, ook al ken ik de andere niet. Een zinnetje wat in mij binnen schiet bij een opmerking over opvallend gedrag:
“Kun jij in zijn hoofd kijken waar hij nu mee bezig is?”
Hee, ik mis de tip om olifantenhuid te krijgen van Afrikaanse modder
Zelf heb ik geen kinderen maar ik vrees inderdaad het moment dat iemand mij veroordeelt als ik een autistisch kind heb.
Ik hoop tegen die tijd de principes van mindfulness toe te passen, die helpen mij om dingen in perspectief te zien. Zo lijdt iedereen, mijn problemen zijn niet minder of groter dan die van een ander. Je gaat jezelf (en indirect een ander) met een milde blik zien.
En als iemand iets ziet bij mij wat hem/haar stoort dan is dat vaak iets wat diegene zichzelf niet gunt (en mij dus ook niet). Dit is niet mijn probleem.
Ik hoop in de toekomst niet de noodzaak te voelen om defensief te reageren op vooroordelen, liever stel ik de vraag “waarom denkt u dat?”.
omdat ik blind ben herken ik veel van wat jij meemaakt ook ik heb last van vooroordelen en daarom begrijp ik die olifantenhuid